Jaar­verslag 2017


8 september 2018

Jaarverslag 2017 waterschap Hunze & Aa’s


De Partij voor de Dieren zit sinds 2009 in waterschap Hunze & Aa’s. Sinds de verkiezingen van 2015 zitten Gerard Kuipers en Thea Potharst met twee zetels in het bestuur. Het waterschapsbestuur telt 23 leden. Het Dagelijks Bestuur van Hunze en Aa’s bestond in 2017 uit een combinatie van Water Natuurlijk, LTO geborgd, PvdA , ChristenUnie en CDA. De Partij voor de Dieren vormt samen met de PvdA een fractie. Uiteraard maakt de Partij voor de Dieren zich in het waterschap sterk voor de belangen van dieren, natuur en milieu en beslist verder mee over alle voorstellen vanuit onze vier kern-waarden: persoonlijke vrijheid, persoonlijke verantwoordelijkheid, mededogen en duurzaamheid.

Hieronder een puntsgewijze opsomming van een aantal bijdragen van de Partij voor de Dieren in het waterschap in 2017:

  • In 2017 is nader onderzoek opgestart om de effecten van waterinlaat van buurwaterschappen te meten. Het vermoeden is dat het water wat Hunze en Aa’s binnenkrijgt al zodanig vervuilt is met nutriënten en gif dat dit tot problemen leidt bij Hunze en Aa’s waardoor mogelijk de KRW-normen niet gehaald worden. De Partij voor de Dieren heeft aangedrongen op dit nadere onderzoek.
  • Door de Partij voor de Dieren worden signalen van inwoners van het gebied serieus en voortvarend opgepakt. Zo komen er klachten over bemesting van een maaipad van het waterschap binnen waarbij uiteindelijk handhavend is opgetreden. Vermesting van de bodem is een groot probleem. Er is sprake van teveel ammoniak in bodem, lucht en water. Ook maaibeleid van slootkanten is een punt van zorg voor de daarin levende dieren en planten. Het waterschap leeft de Gedragscode na, maar dat geldt niet voor alle inwoners van het gebied.
  • In 2017 is door het Algemeen Bestuur besloten om de verzilting van een pilotgebied (de Oldamtboezem) te onderzoeken door hier niet langer zoet IJsselmeerwater doorheen te spoelen. Het effect hiervan op de ecologie wordt gemeten en geeft inzicht in de gevolgen van klimaatverandering (waardoor er op sommige plekken verdroging, vernatting en/of vergroting van zoute kwel optreden). De Partij voor Dieren dringt bij de AB-leden aan om na te denken over andere manieren van landbouw bijvoorbeeld zilte teelt of paludicultuur.
  • De Zuiveringsstrategie en de Slibstrategie van Hunze en Aa’s zijn in 2017 herijkt. Deze strategieën beschrijven de manier van zuiveren van het afvalwater en hoe wordt omgegaan met het slib wat daarbij overblijft. De Partij voor de Dieren heeft zich in de discussie hierover verzet tegen het gebruik van ‘bloedkolengruis’ en aangedrongen op het gebruik van een extra zuiveringsstap zodat ook medicijnresten en microplastics beter verwijderd kunnen worden uit het afvalwater. Er is door het Algemeen Bestuur een voorstel aangenomen om de extra nabehandelingsstap te gaan bouwen in rioolwaterzuivering (rwzi) Gieten. Ook is afgezien van toepassing van kolengruis bij de verwerking van het vrijkomende slib dankzij de Partij voor de Dieren fractie.
  • Het algemeen bestuur heeft in 2015 het beheerprogramma 2016 – 2021 vastgesteld. De Partij voor de Dieren houdt bij de uitvoering van dit programma de vinger aan de pols en vraagt waar mogelijk om verdergaande verduurzaming en/of vergroening. We verwachten dat het waterschap meer vaart maakt met - onder andere - het realiseren van de Kader Richtlijn Water doelen. In 2017 kwam het rapport van de WECF "Bestrijdingsmiddelen in beken en kanalen - Feiten over bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater in Drenthe" uit. De Partij voor de Dieren heeft gezorgd voor agendering van dit onderzoek. De aanbevelingen ervan zijn overgenomen in het ’10-punten plan’ van Hunze en Aa’s. Daarmee worden de overschrijdingen van nutriënten en gif in het oppervlaktewater nader geanalyseerd en aangepakt. De Partij voor de Dieren heeft gepleit voor meer handhavingscapaciteit, en dit resulteerde in een extra boa (buitengewoon opsporingsambtenaar).
  • In 2017 is door de Partij voor de Dieren meerdere malen het adagium ‘peil volgt functie’ ter discussie gesteld. Inmiddels zijn meer partijen genegen dit adagium te heroverwegen. We zouden graag naar ‘functie volgt peil’ willen gaan. Te beginnen in veenweidegebieden, om de verdere maaivelddaling en veenoxidatie tegen te kunnen gaan. In 2017 is gestart met een pilot in een veenweidegebied in Drenthe (Valthermond), dit zal worden opgevolgd met een pilot in Groningen (Hongerige Wolf). De discussie met de provincies over ander peilbeleid is helaas uitgesteld naar 2020. De resultaten van de pilots die nu lopen zullen daarbij leidend zijn. De Partij voor de Dieren heeft het idee geopperd om landbouwgrond die in het kader van het behouden van veenpakketten uit productie moet worden genomen in te zetten voor zonnepanelen (in combinatie met natte natuur).
  • De Partij voor de Dieren heeft in 2017 aandacht gevraagd voor zwerfvuil in beken en kanalen en op de oevers. Bij het voorkomen en opruimen van zwerfvuil dragen de gemeenten en de waterschappen een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De gemeenten zijn tot nu toe niet bereid gebleken om hun verantwoordelijkheid in het buitengebied op te pakken.
  • In 2017 heeft Hunze en Aa ’s samen met de gemeenten de communicatie naar de Drentse en Groningse burgers over de overstromingskansen en evacuatieroutes aangescherpt. Hierbij was ook oog voor de veiligheid van de dieren in het gebied. Er is een website ontwikkeld waarop iedereen kan zien welke risico’s er zijn qua overstroming: www.overstroomik.nl.
  • Hunze en Aa’s heeft in 2017 besloten zelf meer duurzame energie te gaan opwekken. Hiermee kan op termijn 30% van de energie minder worden verbruikt en 40% zelf worden opgewekt. Dit is door de Partij voor de Dieren positief ontvangen maar dit gold niet voor alle partijen in het Algemeen Bestuur. Uiteindelijk kiest het Algemeen Bestuur wel voor plaatsing van zonnepanelen op daken van waterschapsgebouwen en de bouw van 4 kleine windmolens.
  • Er werd verwacht dat de resultaten van de landelijke veldproef naar de muskusrat in 2017 bekend zouden zijn. Dat zijn ze niet, de presentatie van de resultaten en de discussie daarover is verschoven naar 2018. Hierbij zal vermoedelijk ook gesproken gaan worden over de aanwezigheid van de bever in Hunze en Aa ‘s.

Gerard Kuipers

Thea Potharst